Kwartet wordt gespeeld met 32 kaarten met thematisch gerichte afbeeldingen. De kaarten zijn verdeeld in 8 groepen van vier, zodat de afbeeldingen binnen een viertal logisch bij elkaar horen – deze viertallen heten kwartetten. Op elke kaart staan de namen van de overige kaarten uit het betreffende kwartet.
Het spel wordt gespeeld door minimaal 3 spelers, aan wie de kaarten gelijkmatig worden verdeeld. De startende speler vraagt een andere speler om een specifieke kaart af te geven (aangeduid met een letter, nummer en naam). Voorwaarde is dat hij zelf minstens één kaart bezit uit het kwartet waartoe de gevraagde kaart behoort. Als de aangesproken speler de kaart heeft, geeft hij die; zo niet, dan meldt hij dat en gaat hij verder met spelen. Zodra een speler een volledig kwartet verzamelt, legt hij het weg en krijgt hij een punt. De speler met het hoogste aantal punten wint.
Bij het spelen van kwartet oefenen kinderen op een leuke manier: